Abonneer je nu!

Voor slechts € 3,55 per maand ben je al abonnee!

DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.

Jelle Kaldewaij en Pieter Leenheer

Jelle Kaldewaij is zelfstandig adviseur en bestuurslid van de Stichting DNM 
E-mail: kaldeway@ziggo.nl

Pieter Leenheer is redacteur van DNM.
E-mail: pieter.leenheer@planet.nl

LinkedIn
High School Students Walking On Stairs Between Lessons In Busy College Building

Het Nationaal  Kennisinstituut Onderwijs : dé vindplaats voor betrouwbare en bruikbare kennis

In gesprek met Inge de Wolf

Per 1 januari 2026 is het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs van start gegaan. Over de vraag wat we ons bij dat instituut moeten voorstellen, interviewden we Inge de Wolf die  als lid van het NRO-managementteam meewerkte aan de totstandkoming ervan. De Wolf is tevens hoogleraar Co-creatie en Evaluatie in het onderwijs aan de Universiteit Maastricht en vanuit beide functies is ze nauw betrokken bij de relatie onderzoek-onderwijspraktijk:  ‘Mijn missie is het verbinden van onderwijsonderzoek en de onderwijspraktijk. Dit heb ik bijvoorbeeld gedaan als mede-initiatiefnemer van ONA, het Onderwijskennisnetwerk Amsterdam, en van Ontwikkelkracht, een landelijk programma van het Nationaal Groeifonds om evidence-informed onderwijs te stimuleren. In het kader van ONA bieden we een podium aan topschoolleiders en leraren van de beste scholen. En die faciliteren we voor één dag in de week om anderen te helpen.’ Zo kon bijvoorbeeld het leesonderwijs in de Amsterdamse basisscholen verbeterd worden.

Het Kennisinstituut, aldus De Wolf, is de opvolger van het NRO, dat al veel activiteiten heeft uitgevoerd om wetenschappelijke kennis voor het onderwijs te laten produceren en beschikbaar maken. Toch zijn er ook een aantal belangrijke verschillen. Ten eerste werkt het Kennisinstituut vraaggestuurd, dat wil zeggen dat de belangrijkste vraagstukken van scholen centraal staan. Het kennisinstituut organiseert en deelt kennis die relevant is voor deze vraagstukken. Het NRO werkte vooral met incidentele projecten en subsidies, waardoor de activiteiten versnipperd waren en de meeste projecten bepaald werden door OCW. Op zich waardevolle initiatieven als onderwijskennis.nl, de kennisrotonde, leidraden, kennistafels en subsidies voor onderzoek werden apart uitgezet en uitgevoerd en nauwelijks tot een samenhangend geheel gebracht. Een ander belangrijk verschil is, dat impact centraal staat en per vraagstuk gekeken wordt naar wat er nodig is aan kennisdelingsproducten of nieuw onderzoek. Dit kan fundamenteel onderzoek, praktijkgericht onderzoek of beleidsonderzoek zijn, maar ook een combinatie. En tot slot zal het kennisinstituut zich nadrukkelijker richten op alle onderwijssectoren (basisonderwijs, voortgezet onderwijs, mbo en hoger onderwijs).

De grote uitdaging in het onderwijs is de verbinding tussen kennis over onderwijs en de lespraktijk van alledag: hoe kunnen leraren en uiteindelijk leerlingen profiteren van deze inzichten? Het NRO had niet de taak om deze verbinding te bevorderen, maar concentreerde zich op nieuw onderzoek en het beschikbaar stellen van wetenschappelijke kennis. Het Kennisinstituut, zegt De Wolf, ambieert een andere werkwijze:  ‘In de basis zou het de plek moeten zijn waar je bruikbare kennis kan vinden over wat voor aanpakken goed kunnen werken. Zo kun je ook tegenwicht bieden aan hypes zoals leerstijlen of diep-ingesleten improductieve gewoonten. En dat tegenwicht is hard nodig. Zo besteedde mijn overleden vader, vmbo-leraar, uren per dag aan het nakijken van schoolwerk. En dat dan, terwijl we uit onderzoek weten dat dit niet echt effectief is en er betere alternatieven zijn.’


Activiteiten
 Het Kennisinstituut heeft vijf samenhangende taken:

  1. Het (periodiek) opstellen van een kennisagenda met behulp van deskundigen uit onderwijspraktijk, onderwijsbeleid en onderwijsonderzoek.
  2. Het verzamelen en handzaam presenteren van de kennis die al aanwezig is over de thema’s die van belang worden geacht in de komende decennia (er is niet altijd nieuw onderzoek nodig).
  3. Het waar nodig uitzetten van nieuw onderzoek, met een aanpak die past bij de vraag (wetenschappelijk, beleidsgericht, praktijkgericht onderzoek of een combinatie hiervan).
  4. Het bevorderen van evidence-informed onderwijsverbetering en innovatie, in een samenwerking van praktijk en onderzoek, met het delen en evalueren van kennis uit onderzoek en de onderwijspraktijk.
  5. Monitoren, evalueren, data beschikbaar stellen.


De Wolf ziet een duidelijk verschil met kennisinstituten zoals het RIVM en Vilans in de zorgsector. Het Kennisinstituut moet een netwerkorganisatie worden waarin expertise vanuit bijvoorbeeld universiteiten en hogescholen, maar ook vanuit (voorhoede)scholen wordt ingezet voor verschillende activiteiten. De lerarenopleidingen en de onderwijsondersteunende diensten zijn belangrijke partners, omdat die in de professionalisering en onderwijsvernieuwing een centrale rol zouden kunnen spelen. Inmiddels werken tal van leraren en schoolleiders mee aan leidraden en themapagina’s. En ook zijn de eerste expertleraren en -schoolleiders voor 1 of 2 dagen in dienst bij het NRO, om bij de belangrijkste thema’s de samenwerking tussen onderzoek en praktijk te versterken.

We gaan keihard werken aan één plaats waar iedereen die in en voor het onderwijs werkt, gemakkelijk betrouwbare en bruikbare kennis kan vinden over wat wel en wat niet werkt in het Nederlandse onderwijs.

 Positionering
Het Kennisinstituut is onderdeel van NWO: ‘Zo kunnen we voortbouwen op het uitstekende werk van het NRO en hoeven we niet from scratch een hele organisatie op te tuigen. Het kennisinstituut is echter wel een uniek instituut binnen NWO. NWO is namelijk gericht op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek voor universiteiten en – via het regieorgaan SIA – voor praktijkgericht onderzoek door hogescholen. Het kennisinstituut daarentegen wil uitsluitend nieuw onderzoek honoreren dat past binnen onderwerpen die van belang zijn voor het onderwijs, en wil dit onderzoek vaker laten doen door consortia van verschillende soorten onderzoekers. En liefst ook in directe samenwerking met scholen. In een raad van toezicht of stuurgroep zouden daarom zowel praktijk, beleid als onderzoek vertegenwoordigd moeten zijn.’

Wat de positionering van kennis uit onderzoek betreft, benadrukt De Wolf het belang van de relatie met twee andere componenten die de kwaliteit van de leraar en het onderwijs bepalen: ‘Je zou drie cirkels kunnen onderscheiden. De eerste is die van de vakkennis van de professional, de docent. Dat is wat je op de opleiding leert en wat je later ook van collega’s leert. Dan heb je als tweede cirkel de onderwijscontext: dat je intuïtief weet dat je maandagochtend iets anders doet dan vrijdagmiddag. En dat je kunt differentiëren: een vmbo-basis-klas is anders dan een vwo-klas. De derde cirkel is dan kennis uit onderzoek. Voor mij gaat het vooral om het raakvlak tussen die drie cirkels. Dus niet alleen kennis uit onderzoek moet het onderwijs bepalen, noch alleen de vakkennis of de contextkennis. Het gaat met name om de overlap tussen de drie cirkels: vakkennis, contextervaring en kennis uit onderzoek. Daar wordt het pas echt interessant. Daar krijg je het beste onderwijs voor alle leerlingen.’

En dan sluit De Wolf af met haar toekomstperspectief: ‘We gaan keihard werken aan één plaats waar iedereen die in en voor het onderwijs werkt, gemakkelijk betrouwbare en bruikbare kennis kan vinden over wat wel en wat niet werkt in het Nederlandse onderwijs. Dit draagt bij aan verdere professionalisering en daarmee aan steeds beter onderwijs voor leerlingen en studenten. Dat is het ideaal van het nieuwe Kennisinstituut.’

Reageren?

Reacties worden per mail rechtstreeks aangeboden aan de auteur. 

Verder lezen?

Voor slechts € 3,55 per maand ( € 42,50 incl. 9% btw per jaar)  heeft u al een abonnement

DNMonline:

  • informeert over leiderschap in/en onderwijs en meer
  • is onafhankelijk, kritisch, beschouwend, wetenschappelijk en beschrijft boeken,
  • richt zich op (school)leiders, directies, besturen en toezichthouders in onderwijs
  • werkt met professionals die door hun werkervaring goed ingevoerd in alle aspecten van het onderwijs