Abonneer je nu!

Voor slechts € 3,55 per maand ben je al abonnee!

DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.

Laurie Vedder

Laurie Vedder is onderwijsonderzoeker bij de Inspectie van het Onderwijs.
E-mail: kader@owinsp.nl

Een nieuw kader voor effectief toezicht voor beter onderwijs

Waarom de Inspectie van het Onderwijs haar onderzoekskaders herijkt

Vanaf 2027 werkt de Inspectie voor het Onderwijs met een nieuw onderzoekskader. In drie artikelen neemt Laurie Vedder, onderwijsonderzoeker bij de Inspectie, de lezers mee in het ontwikkelproces. In dit eerste artikel bespreekt ze waarom het nodig is om een nieuw kader te ontwikkelen. 
Om een beeld te schetsen van wat dit nieuwe kader betekent (of zou kunnen betekenen) voor het afnemend veld, bevat elk van deze drie artikelen een interview door DNMonline-redacteur Paul Stolwijk met een schoolleider of -bestuurder. Deze keer is dat Swen Zuiderwijk, rector-bestuurder van het Montessori Lyceum Rotterdam.

De Inspectie van het Onderwijs werkt aan nieuwe onderzoekskaders. De kaders worden jaarlijks herzien en eens in de paar jaar grondiger geëvalueerd. Voor augustus 2027 staat de eerstvolgende grote wijziging gepland. In dit artikel lichten twee strategisch adviseurs de redenen voor de wijzigingen en de werkwijze van de inspectie toe. We doen dat aan de hand van de resultaten van een gesprek met twee collega’s: strategisch adviseurs Nienke Moolenaar en Mariëlle Klerks.

Nienke Moolenaar en Mariëlle Klerks

Strategisch inspecteur Nienke Moolenaar: ‘Scholen werken in context die sneller beweegt dan een aantal jaar geleden. Denk bijvoorbeeld aan hoe scholen omgaan met digitalisering en AI, inclusief onderwijs en sociale veiligheid. Het is belangrijk dat het toezicht daarop blijft aansluiten.’ Haar collega Mariëlle Klerks vult aan: ‘De wet is ons vertrekpunt. Tegelijk willen we dat toezicht duidelijk en herkenbaar is in een omgeving die voortdurend verandert. Dat vraagt om toezicht dat toekomstbestendig is.’


Een duidelijk, herkenbaar en stimulerend kader
Met het nieuwe kader willen we drie dingen bereiken: meer duidelijkheid, herkenbaarheid en een stimulerende dialoog.

  • Duidelijkheid, omdat scholen en besturen precies moeten weten wat de inspectie toetst, waarop het oordeel gebaseerd is en hoe dit aansluit bij de wet.
  • Herkenbaarheid, omdat voortdurende veranderingen onnodige onrust veroorzaken. We willen dat scholen en besturen hun energie kunnen richten op het verbeteren van onderwijs. Daarom willen we een compact kader dat herkenbaar is voor scholen en besturen en in lijn is met het werk dat zij doen.
  • Een stimulerende dialoog, omdat toezicht geen doel op zich is. Goed toezicht helpt scholen en besturen te reflecteren op hun eigen kwaliteit, en stimuleert het gesprek over leren, ontwikkelen en verbeteren.


De wet blijft ankerpunt
Het is de taak van de inspectie om te zorgen dat scholen en besturen zich houden aan de wet. De Wet op het onderwijstoezicht (WOT) bepaalt hoe dat toezicht plaatsvindt. In de sectorwetten voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs en voor educatie en beroepsonderwijs is vastgelegd waaraan onderwijsinstellingen moeten voldoen.

Onze onderzoekskaders vertalen deze wetten naar de praktijk. Ze beschrijven hoe we die wettelijke vereisten toetsen en waarderen. Nu merken we dat de context van scholen en besturen verandert. Digitalisering, nieuwe kerndoelen, de komst van AI en toenemende aandacht voor kansengelijkheid beïnvloeden het onderwijs. Tegelijkertijd klinkt in politiek en samenleving de vraag: wat levert toezicht eigenlijk op? Dat brengt ons bij de kern: als de wet de basis is, hoe zorgen we dan dat ons toezicht daar recht aan doet en betekenisvol blijft? We kiezen daarom niet voor kleine aanpassingen, maar voor een herziening van het kader als geheel. Die keuze biedt ruimte om opnieuw te bepalen hoe we de wet vertalen naar toezicht dat past bij deze tijd.

Eenvoud als antwoord op complexiteit
De doelstellingen van de herziening vormen samen het antwoord op de vraag hoe we effectief toezicht houden in een complexe werkelijkheid. Door terug te keren naar de essentie creëren we een kader dat richting geeft en scholen en besturen ondersteunt, zonder dat het hen overweldigt.

Toezicht werkt pas goed als iedereen begrijpt waar het over gaat. Daarom moeten onze oordelen inzichtelijk en uitlegbaar zijn en moet helder zijn hoe deze zijn verbonden met de wettelijke normen. Transparantie over onze werkwijze versterkt het vertrouwen in de inspectie en helpt scholen en besturen hun eigen kwaliteitszorg te spiegelen aan onze standaarden. Tegelijkertijd is continuïteit belangrijk. Een kader dat voortdurend verandert, biedt weinig houvast. We willen rust brengen, zodat scholen en besturen weten waar zij aan toe zijn, terwijl het toezicht wel adaptief blijft. Er moet ruimte zijn om op ontwikkelingen in te spelen zonder het fundament telkens te herschrijven.

Zo brengen deze doelstellingen onze wettelijke opdracht en onze maatschappelijke verantwoordelijkheid bij elkaar. Ze helpen ons om terug te keren naar de bedoeling van toezicht: zichtbaar maken hoe goed onderwijs er binnen de grenzen van de wet uitziet.

Verantwoorden is meer dan regels volgen
Verantwoording is een belangrijk onderdeel van het nieuwe kader. Het gaat erom hoe wij als inspectie laten zien hoe we werken, welke keuzes we maken en hoe onze oordelen tot stand komen. Scholen en besturen moeten voldoen aan de wettelijke eisen, maar wij leggen zelf ook uit hoe wij onze rol invullen. Het gaat dus niet alleen om laten zien dat onze oordelen terug te voeren zijn op de wet, maar ook om uitleggen hoe we kennis gebruiken en welke overwegingen we meenemen.

We merken dat de vraag om die verantwoording is verbreed. Scholen willen begrijpen hoe een oordeel ontstaat en welke stappen we zetten voordat we een conclusie trekken. Het bredere onderwijsveld vraagt vaker hoe ons toezicht bijdraagt aan kwaliteit en hoe onze werkwijze aansluit bij de praktijk.

Moolenaar ziet die ontwikkeling duidelijk terug in gesprekken op scholen: ‘Scholen en bestuurders vragen niet alleen naar de norm, maar ook naar onze afwegingen. Die behoefte aan inzicht is de afgelopen jaren sterker geworden. Scholen willen begrijpen hoe onze werkwijze past bij hun eigen kwaliteitszorg en hoe zij die informatie kunnen gebruiken.’

Klerks ervaart dat ook in contact met andere partijen in het veld: ‘We spreken steeds vaker mensen die willen weten hoe wij onze keuzes onderbouwen. Ze vragen hoe wij verschillende bronnen gebruiken, welke rol professionele oordeelsvorming speelt en hoe we zorgen dat ons toezicht aansluit bij ontwikkelingen in het onderwijs. Die vragen zijn kritischer geworden, en dat vind ik goed. Transparantie hoort bij goed toezicht en helpt om duidelijk te maken wat men van ons kan verwachten.’

Evidence-informed toezicht
Ons toezicht is evidence-informed. Dat betekent dat we onze werkwijze baseren op kennis en ervaring. We kijken steeds hoe wettelijke kaders er in de praktijk uitzien en hoe we die het beste kunnen toepassen tijdens onderzoeken.

Wetenschap en werkveld spelen een aanvullende rol. Onderzoek helpt ons beter te begrijpen wat goed toezicht en goed onderwijs inhoudt en welke effecten verschillende vormen van toezicht hebben. Uit het werkveld horen we hoe scholen en besturen onze kaders ervaren en welke inzichten zij hebben over kwaliteit. Die informatie gebruiken we om te toetsen of onze keuzes aansluiten bij de dagelijkse praktijk van het onderwijs.

Door wet, toezichtskennis, wetenschap en praktijk te verbinden, kunnen we goed onderbouwen waarom we doen wat we doen. Dat maakt ons toezicht stevig geworteld in de wet en gevoed door kennis en praktijkervaring. In een volgende publicatie gaan we uitgebreider in op deze drie pijlers en laten we zien hoe zij samen het nieuwe kader vormgeven.

Evidence-informed werken betekent ook dat we zelf blijven leren. We onderzoeken wat goed werkt in onze eigen werkwijze, hoe onze interventies uitpakken en waar verbetering mogelijk is. Dat doen we door ervaringen van inspecteurs te verzamelen, te onderzoeken te evalueren en te bespreken welke vragen scholen aan ons stellen en hoe wij daarop reageren.

Klerks merkt dat deze reflectie direct invloed heeft op haar werk: ‘Door regelmatig terug te kijken op onderzoeken zie ik beter welk effect bepaalde keuzes hebben. Soms horen we van scholen dat een aanpak helpt om hun eigen kwaliteit scherper te krijgen. Op andere momenten blijkt dat iets niet duidelijk genoeg was. Door dat samen te analyseren kunnen we onze werkwijze gericht verbeteren. Het maakt mijn toezicht zorgvuldiger.’ Moolenaar ziet dat vooral de combinatie van praktijkervaring, onderzoek en signalen uit het veld het toezicht sterker maakt: ‘We leren van scholen, van elkaar en van onderzoek. In teams bespreken we wat we hebben gezien en waarom we bepaalde keuzes hebben gemaakt. Dat helpt om onze werkwijze consistenter te maken. Het zorgt ervoor dat we beter kunnen uitleggen waarom we iets doen en waarop onze oordelen zijn gebaseerd. Dat is voor mij de kern van evidence-informed toezicht.’

Onderzoek helpt ons beter te begrijpen wat goed toezicht en goed onderwijs inhoudt en welke effecten verschillende vormen van toezicht hebben.

Basiskwaliteit: waar wet en praktijk elkaar raken
Basiskwaliteit is de wettelijke ondergrens van goed onderwijs. Maar het is meer dan alleen een grens. Het is ook een gedeelde basis onder het gesprek tussen scholen, besturen en de inspectie. De wet bepaalt wat minimaal aanwezig moet zijn; het onderzoekskader laat zien hoe die wettelijke eisen er in de praktijk uitzien.

Om dat concreet te maken, vertalen we eerst de letter van de wet naar situaties die inspecteurs kunnen tegenkomen op scholen. Een voorbeeld is de wettelijke eis dat scholen zicht moeten hebben op de ontwikkeling van leerlingen en studenten. De wet geeft die verplichting, en in het kader beschrijven we hoe dit zichtbaar kan worden. Denk aan het gebruik van passende instrumenten, gesprekken waarin leraren toelichten hoe zij gegevens gebruiken om hun onderwijs aan te passen, en voorbeelden van hoe de school volgt of leerlingen en studenten voldoende vooruitgaan. Zo laten we zien hoe een abstracte wettelijke eis herkenbaar wordt in de dagelijkse praktijk.

Die vertaling maken we niet alleen. In de zogenoemde Ringen bespreken we onze voorstellen met vertegenwoordigers van onder andere de onderwijsraden en onderwijsbonden. Zij helpen ons toetsen of onze formuleringen herkenbaar zijn en of scholen en besturen ermee kunnen werken. Hun inbreng is belangrijk om te controleren of het kader aansluit bij de realiteit van het onderwijs.

Bij dit proces gebruiken we verschillende soorten expertise. Juristen kijken of de vertaling nauwkeurig en volledig aansluit bij de wet. Inspecteurs brengen praktijkervaring in en laten zien hoe een norm tijdens onderzoeken zichtbaar wordt. Specialisten toezichtontwikkeling letten op toetsbaarheid en zorgvuldige formuleringen. Communicatieadviseurs kijken mee om te zorgen voor helder en begrijpelijk taalgebruik. Door die expertises te combineren ontstaat een vertaling die juridisch klopt, praktisch uitvoerbaar is en begrijpelijk blijft voor scholen en besturen.

Vooruitblik: drie pijlers onder toekomstbestendig toezicht
In het volgende artikel in deze reeks lichten we toe hoe de onderbouwing van het nieuwe kader tot stand komt. Daarbij laten we zien hoe de wet, de wetenschap en het werkveld elk bijdragen aan de vormgeving van het onderzoekskader. Deze drie pijlers vormen samen de basis van een toekomstbestendig kader: stevig verankerd in de wet, gedragen door de praktijk en verrijkt met kennis uit onderzoek.


‘Een eenvoudiger kader helpt bij kwaliteitsverbetering’

In gesprek met Swen Zuiderwijk, rector-bestuurder Montessori Lyceum Rotterdam

Door Paul Stolwijk, bestuurssecretaris Gooise Scholen Federatie (pstolwijk@gsf.nl)

Swen Zuiderwijk

‘De uitgangspunten van het nieuwe kader spreken mij aan. Met name het streven naar eenvoud is echt het grote verschil met het huidige kader. Daar hoopte ik al op,’ vertelt Swen Zuiderwijk, rector-bestuurder van het Montessori Lyceum Rotterdam.
Zuiderwijk ziet de inspectie als een partner in kwaliteitsverbetering: ‘Het helpt als een externe instantie meekijkt. Als iemand van buiten zegt dat iets beter kan, werkt dat vaak krachtiger.’ Wel waarschuwt hij voor te veel details:  ‘Voor een gemiddelde docent leven al die specifieke standaarden en onderverdelingen niet. Grote lijnen, zoals “de leerling moet in beeld zijn”, kan ik goed uitleggen aan mijn team. Maar hoe verder ik inzoom op de standaarden, hoe minder de boodschap landt op de werkvloer. Ik hoop dat het nieuwe kader robuuster wordt, zodat het gesprek weer over de inhoud gaat in plaats van over de details.’

Een eenvoudiger kader kan ook helpen de (politieke) waan van de dag uit de inspecties te krijgen: ‘Neem bijvoorbeeld burgerschap: de inspectie moest dat al meten terwijl scholen nog volop in de ontwikkelstand stonden. Dat voelde als een toetsvraag die de hele klas fout heeft; dan ligt het misschien niet aan de leerlingen, maar aan het moment van toetsen.’

Over de ambitie van de inspectie om ‘evidence-informed’ te werken, is hij kritisch maar hoopvol: ‘Bij een vorig bezoek leverden wij zelf een rapport aan over onze onderwijspraktijk, maar de inspectie ging vervolgens alleen observeren langs de eigen meetlat. Echt jammer. Als je evidence-informed wilt werken, daag ons dan uit en doe echt iets met die input.’

Zijn wens voor het nieuwe kader is duidelijk: ‘Ik hoop op mogelijkheden voor maatwerk. Generieke indicatoren slaan de plank soms mis. Kijk naar “onderwijspositie”: op een categoriaal gymnasium komen leerlingen al op het hoogste niveau binnen, dus ‘opstroom’ is onmogelijk. Toch word je daar in het huidige systeem op afgerekend. Mijn advies: begin met de vraag “wat heeft déze school ons te vertellen?” en stem daar je onderzoek op af. Zo ontstaat ruimte voor een eerlijker beeld en een gesprek over wat we gezamenlijk verstaan onder basiskwaliteit.’

Reageren?

Reacties worden per mail rechtstreeks aangeboden aan de auteur. 

Verder lezen?

Voor slechts € 3,55 per maand ( € 42,50 incl. 9% btw per jaar)  heeft u al een abonnement

DNMonline:

  • informeert over leiderschap in/en onderwijs en meer
  • is onafhankelijk, kritisch, beschouwend, wetenschappelijk en beschrijft boeken,
  • richt zich op (school)leiders, directies, besturen en toezichthouders in onderwijs
  • werkt met professionals die door hun werkervaring goed ingevoerd in alle aspecten van het onderwijs