DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.
Ben van der Hilst (2024)
Het kan zoveel mooier. 31 ideeën voor het voortgezet onderwijs
Het Leren Organiseren
Arie Olthof
Arie Olthof is bestuurssecretaris bij CKC Drenthe, een organisatie voor kinderopvang en (speciaal) basisonderwijs
E-mail: a.olthof@ckcdrenthe.nl
Door de constante lawine van pas verschenen boeken dreigde Het kan zoveel mooier. 31 ideeën voor het voortgezet onderwijs, uit 2024 alweer, bedolven te raken op de DNM-burelen. Hoe jammer! Dit boek verdient brede aandacht. Iedereen met hart voor het (voortgezet) onderwijs zou er kennis van moeten nemen.
Ben van der Hilst – hij zal inmiddels ruim in de 60 zijn – is al zijn hele werkzame leven actief in het onderwijs, als docent, schoolleider, nascholer, onderzoeker, adviseur en vast ook nog wel in een aantal andere rollen. De wijsheid die hij in al die jaren heeft opgedaan, brengt hij aantrekkelijk en aanstekelijk samen in Het kan zoveel mooier. Niet als boomer die het ons nog eenmaal gaat mansplainen, maar als een bevlogen onderwijsliefhebber, die zich blijft verwonderen over wat leerlingen en professionals in het onderwijs vermogen én over de belemmeringen die zij daarbij ondervinden. Tegenover die belemmeringen – mijn woordgebruik – zet Van der Hilst 31 ideeën voor mooier onderwijs. De ideeën zijn in het boek onderverdeeld in vier blokken, en gaan van micro (ideeën over didactiek en pedagogiek en over onderwijslogistiek) via meso (ideeën over de school als arbeidsorganisatie) naar macro (ideeën over het onderwijsstelsel). Om een beeld te krijgen van de ideeën, verwijs ik graag naar https://hetlerenorganiseren.nl/hetkanzoveelmooier/, een webpagina die in 2024 is aangemaakt met het oog op de presentatie van het boek en gelukkig nog steeds bestaat.
De ideeën zijn geen kant-en-klare recepten, het boek is expliciet geen kookboek, aldus Van der Hilst. Hij heeft het bedoeld als “inspiratiebron voor verdere ideevorming” (pag. 12). Vandaar ook zijn suggestie voor het gebruik van het boek: “blader door het boek en selecteer welke ideeën je aanspreken. Laat anderen in de school dat ook doen. En organiseer dan het gesprek op school om ideeën uit te wisselen en keuzes te maken. Ontwerp het proces naar verwezenlijking van de ideeën en ga aan de slag” (pag. 11). Zo geformuleerd lijkt Van der Hilst de focus te leggen op het schoolniveau als draaipunt voor onderwijsverandering. Dat riep bij mij in eerste instantie de vraag op naar het waarom van het vierde deel van het boek, met ideeën over het onderwijsstelsel, onder andere over het tegengaan van segregatie, systeemfouten in het vmbo, techniek in (uit!) het vmbo en het opheffen van het onderscheid tussen havo en vwo. Ideeën die zeker aandacht verdienen, maar wat kun je er op schoolniveau mee? Ligt dit niet eerst en vooral op het bord van de overheid? Van der Hilst lijkt dit te beamen, maar voegt daaraan toe dat er ook een grote verantwoordelijkheid ligt bij de schoolbesturen. Enerzijds omdat ze via de sectororganisaties grote invloed hebben op het overheidsbeleid en anderzijds vanwege de grote inrichtingsvrijheid die besturen in ons bestel hebben: “niets verhindert de besturen het vmbo anders in te richten, de basisvorming alsnog echt in te voeren en de scheiding tussen havo en vwo op te heffen”.
En zo is het maar net. Nu de zelfverklaarde onderwijspartij D66 in het nieuwe kabinet het funderend onderwijs overlaat aan een VVD-staatssecretaris, weet je dat als we het onderwijs echt mooier willen maken, we dat toch vooral lokaal moeten doen. Het kan zoveel mooier kan daarbij prima als inspiratiebron dienen.
DNMonline: