DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.
Diete de Vos
Diete de Vos is schoolleider van de Asch van Wijckschool (basisonderwijs) in Utrecht.
E-mail: d.de.vos@aschvanwijckschool.nl
Op 20 maart j.l. was ik – samen met twee collega’s van onze scholengroep – op het congres van de Academie & Vakvereniging Schoolleiders (AVS). Het thema van dit congres was Grensverleggend. We gingen met elkaar op ontdekkingsreis met als doel om nieuwe, onbekende mogelijkheden aan te boren. Durf jij de grenzen van het onderwijssysteem te verschuiven als dat nodig is, ook als dat schuurt of strijd oplevert?
Deze dag luisterde ik onder andere naar Teun Dekker die een inclusieve school heeft opgebouwd in Roosendaal. Hij pleit voor inclusieve leidende principes om altijd mee te wegen bij de besluiten die je neemt. Ik luisterde naar Joost Rigter, die zijn kwetsbaarheid en kracht met ons deelde. Zoals de dichter Lois Kruidenier zo treffend zegt in haar dichtbundel Kwetsbaarkracht. Joost verliest sinds een aantal jaar geleidelijk zijn zicht en heeft het leven opnieuw moeten leren kennen. En ik luisterde naar Sharon Stellaard over patronen die zij onder andere in het onderwijsbeleid ontdekte: boemerangbeleid.
Ik nam de energie van dit congres mee naar huis en deelde erover in de wekelijkse memo die ik aan mijn team schrijf.
Op 24 maart is de onderwijsbegroting 2026 van de nieuwe coalitie aangenomen. Het gaat concreet om ongeveer 800 miljoen euro aan besparingen, die ondermeer op kansengelijkheid impact zullen hebben, en op het hoger onderwijs.
En eerlijk – wat de daadwerkelijke impact gaat zijn op kinderen, klassen en (basis)scholen weet ik (nog) niet. Wat ik wèl weet – nu ik ruim 1,5 jaar als schoolleider werk – is dat de huidige bekostiging van het basisonderwijs enige creativiteit vraagt van scholen.
Het inzetten van ouders om extra te lezen met de kinderen die dat hard nodig hebben, omdat we onze eigen middelen voor leesondersteuning al lang en breed hebben ingezet. De schoolleider die verstopte kleutertoiletten leegpompt, omdat er onvoldoende bekostiging is voor een (fulltime) conciërge – die natuurlijk véél meer doet dan kleutertoiletten ontdoen van proppen toiletpapier -.
Dat voelt soms best heel wrang. We leveren een grote bijdrage aan de samenleving door kinderen in zo’n wezenlijke ontwikkelingsleeftijd belangrijke vaardigheden aan te leren. Daar zou een passende vergoeding tegenover moeten staan – niet het sprokkeltalent van schoolleiders. Daar zou geen subsidieregen tegenover moeten staan, maar een stevige en structurele bekostiging.
De overheid ambieert dat we in 2035 inclusief onderwijs hebben in Nederland. Een streven, een doelstelling of – stelliger – een kinderrecht dat ik volkomen onderschrijf. Dat is namelijk wat onderwijs zo mooi maakt. Kinderen die van en met elkaar leren:
En ga zo maar door. Zoals Mel Ainscow -een Britse specialist op het gebied van inclusief onderwijs- zegt: Every student matters and matters equally. Het overgrote deel van de onderwijsprofessionals is het daarmee eens – daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken.
En ja – inclusief onderwijs begint met visie. En er is durf nodig. En sterk leiderschap, en het is belangrijk om goede praktijken met elkaar te delen. En we moeten anders organiseren. Én we kunnen vandaag nog beginnen.
Ik vind dat bij een grote ambitie een grote bekostiging hoort. We hebben namelijk al in 1994 het Salamanca verdrag ondertekend, waarmee we – samen met 91 andere landen en 25 organisaties zoals UNESCO – hebben erkend dat onderwijs toegankelijk moet zijn voor iedereen en dat het uitgangspunt is dat er verschillen tussen leerlingen zijn. Dat betekent dat we feitelijk al een poos te laat zijn met het systematisch daadwerkelijk bieden van inclusief onderwijs.
En dan heb ik het natuurlijk niet over de prachtvoorbeelden. Binnen samenwerkingsverbanden, binnen schoolbesturen, op een specifieke school en bínnen veel scholen. Zo ook onze school. En daar ben ik super trots op. Ik maak me alleen wel zorgen over de duurzaamheid. Wat nu als een samenwerkingspartner beleidskeuzes maakt, waardoor onze ondersteuning wegvalt? Wat nu als de volgende ambulant begeleider die hier komt geen bijdrage wil leveren aan de ondersteuning in de klas? Dan stagneert de ontwikkeling waar iedereen juist zo hard voor gewerkt heeft.
En daar wringt het. Want terwijl de ambitie groeit, krimpt de ruimte om deze waar te maken.
Ik vind dat onze overheid moet gaan staan voor het onderwijs en voor onze morele én juridische plicht om inclusief onderwijs te realiseren. Geen bodemloze financiële put, dat is niet wat er nodig is. Wel een ruime begroting, waarmee iedere school ruimte heeft voor ambulante collega’s.
Collega’s die pre-teaching geven, waardoor kinderen de les in de groep goed kunnen volgen. Collega’s die er zijn als een kind ‘uit zijn of haar raampje schiet’ en alleen maar iemand nodig heeft die nabij is. Collega’s die ondersteunen bij de gymles van de kleuters, zodat álle kleuters veilig mee kunnen gymmen.
Dit zijn geen grootse voorbeelden, maar wel belangrijke basisvoorwaarden. Als leerkrachten gedurende de werkdag meer samen kunnen werken, meer steun ervaren, meer van elkaar kunnen leren en meer aandacht kunnen geven, dan ontstaat er ook weer ruimte. En juist die ruimte hebben we zo hard nodig!
Want uiteindelijk is de vraag niet wat inclusief onderwijs kost.
De vraag is wat het ons kost als we het niet waarmaken.
Referentie
Lois Kruidenier (2026). KWETSBAARKRACHT (PRE-ORDER) –Kwetsbaarkracht [ KWETSBAARKRACHT (PRE-ORDER) – Lois Kruidenier]
Reacties worden per mail rechtstreeks aangeboden aan de auteur.
DNMonline: