DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.
Mark Bovens en Anchrit Wille (2025).
Diplomademocratie : opleiding als nieuwe scheidslijn.
Prometheus
Marc Vermeulen
Marc Vermeulen is emeritus hoogleraar sociologie bij TIAS
Mag wie het weet het voor het zeggen hebben?
In de Krimoorlog (midden 19de eeuw) werd volgens Adriaan Wooldridge het Britse leger in de strijd tegen de Russen geleid door idioten, clowns en eigenwijze ezels die via afkomst en vriendjespolitiek hun officiersrangen verworven hadden. Ze wisten meer van goede port dan van oorlogsvoeren (Wooldridge, 2021, pg 160). Dat leidde tot zware verliezen en langzaam druppelde het besef door dat je misschien beter goed opgeleide officieren van militaire academies het commando kunt laten dragen. Kennelijk gaan diploma’s boven afkomst.
In 1962 kreeg Gary Becker de Nobelprijs voor de economie voor de door hem ontwikkelde human capital theorie: als je investeert in opleiding van mensen, worden ze productiever. Dat kun je uitbetalen in betere salarissen waardoor het voor individuen loont om te leren, de rest gaat in de winst voor de aandeelhouders. Economieën groeien als het gevolg van goed onderwijs.
Waarom zou je dan toch een boek gaan lezen over de nadelen van het behalen van diploma’s? Onderwijs heeft toch duidelijke voordelen, wat is er mis mee? Om dat te doorgronden is de herziene uitgave (2025) van het boek Diplomademocratie van Mark Bovens en Anchrit Wille een absolute aanrader. Beide wetenschappers hernemen daarin hun boek uit 2011 waarin ze al op overtuigende wijze aangaven dat onderwijs zorg voor nieuwe scheidslijnen in de samenleving die samenhang en democratie bedrijven. De nieuwe versie van het boek biedt een heel toegankelijke analyse van dit fenomeen op basis van een overtuigende set bronnen. Het is prettig geschreven en zeker een must voor degenen die dagelijks leiding geven aan de bedrijfstak die diploma’s produceert (en nog zoveel meer moois, maar dat valt nu buiten deze bespreking. De kern van hun redenering komt er op neer dat er een fundamentele mismatch zit tussen degenen die het voor het zeggen hebben en degenen over wie er wat gezegd wordt. In de samenleving is ca. 60% praktisch opgeleid in het parlement ongeveer niemand. Dat zelfde geldt voor de top van het beleid, van het maatschappelijk middenveld etc., etc. En dat terwijl juist de suggestie wordt gewekt dat iedereen via beter onderwijs tot emancipatie en dus mede-zeggenschap in de samenleving kan komen. Het is juist deze suggestie die het pijnlijk maakt: het instrument onderwijs lijkt zich tegen zichzelf te keren als het gaat om inclusie en emancipatie.
Bovens en Wille zien hierin een probleem dat overigens als bijna 70 jaar geleden door de Britse socioloog Michael Young gesignaleerd werd en het label meritocratie mee krijgt. Je maatschappelijke positie wordt niet meer bepaald door afkomst maar door merites die blijken uit de diploma’s die je haalt. Diploma’s zijn het resultaat van de combinatie van talent en inspanning. En dat is de les die de Britten leerden in de Krimoorlog en die Gary Becker van een economische onderbouwing voorzien wordt. Hier zit echter een flinke schaduwrand om heen die volgens Bovens en Wille leidt tot een nieuwe verzuiling met weinig opties om uit je zuil te komen. De grote vraagstukken hierbij zijn:
Uiteindelijk komt het neer op de vraag hoe je naar democratie en samenleving kijkt bij de beoordeling van de diploma democratie. De Amsterdamse socioloog Jan Willem Duyvendak stelt in zijn boek Spookkloven dat al die enorme kloven wel meevallen, te overbruggen zijn of zelfs wel functioneel zijn. Je laat je kind toch ook niet over aan een onopgeleide leraar? Er zijn tal van mogelijkheden om je te ontworstelen aan je milieu door onderwijs en velen hebben dat succesvol gedaan. Hij roept op om minder emotioneel te doen over die overschatte kloven in de samenleving.
Altijd goed om wat relativering te krijgen in de wetenschap, maar toch hebben Bovens en Wille het wat mij betreft meer bij het rechte eind. Ik heb daar twee redenen voor. Ten eerste zelf als kloven objectief overbrugbaar zouden zijn, dan nog is de gedachte dat dit niet zo is, een op zichzelf staand feit. En allen al deze perceptie ondermijnt zelfvertrouwen, motivatie en inzet waardoor de kans op het behalen van diploma’s daalt.
Daarnaast ontstaat er bij het niet behalen van diploma (talent x inzet) in een onderwijssysteem dat pretendeert eerlijk te zijn, een nare schuldvraag: het ligt immers of aan het ontbreken van talent of aan het ontbreken van inzet dat je niet de juiste diploma’s hebt: eigen schuld dikke bult (Dahrendorf,2005). Nog even los van de vraag of je er echt zelf iets kan doen dat je minder talent hebt of je niet kòn inzetten (Van der Velden en Glebbeek, 2024) , is het wel rechtvaardig dat je hierdoor invloed in de samenleving inlevert (Sandel, 2020)?
Kortom: opleiding is een fantastisch instrument om complexe samenlevingen mee te organiseren maar inmiddels ook een omstreden grootheid die een groot risico in zich van het scheppen van een grote mate van vervreemding en sociale spanning. Al het gedoe over onder- en overadvisering, de rol van CITO, de opkomst van de bijles-industrie, leeglopend beroepsonderwijs en vollopend VWO: ze zijn terug te voeren naar de door Bovens en Wille geschetste dynamiek .Mensen die leiding geven aan onderwijs dienen zich hiervan bewust te zijn, zij spelen een rol in het in- en uitsluiten van groepen in de samenleving. Eenzijdig tamboereren op ‘hoger is beter’ leidt tot sociale spanningen die steeds duidelijker worden in omgekeerde vlaggen, afgehaakte burgers en ingegooide ramen in gemeentehuizen (Vermeulen 2025). Samenleving en onderwijs moeten hierop een andere perspectief ontwikkelen., Bovens en Wille bieden ons een belangrijke bijsluiter bij het ‘middel’ onderwijs, voor verdergaand gebruik eerst goed doorlezen dus.
Referenties
DNMonline: