DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.

Rudi Schollaert
Rudi Schollaert is zelfstandig onderwijsadviseur en voormalig directeur nascholing en internationale betrekkingen bij de Vlaamse koepelorganisatie VSKO.
E-mail: rudi.schollaert2@telenet.be
Beste lezer,
Ik stuur u dit bericht niet alleen uit een ander land – voorlopig althans als u de Groot- Nederlandse ambities van onze eerste minister Bart De Wever ernstig neemt – maar ook vanuit een ander tijdsgewricht, toen het onderwijs in de lage landen nog tot de wereldtop behoorde. In andere woorden vanuit het standpunt van een meelijwekkende boomer van de eerste generatie.
Vandaag de dag wordt het onderwijs in Vlaanderen – en naar ik aanneem ook in Nederland – met alle zonden van Israël beladen, en als je het wereldnieuws een beetje volgt zijn er dat tegenwoordig nogal wat.
Naar de verdoemenis
De persoon in de straat kan, wanneer daartoe uitgenodigd, zonder verpinken die zonden netjes opsommen: te weinig lestijd, te veel speeltijd, te weinig kennis, te veel gedoe met welbevinden… Kortom een onevenwichtige life/work balance met te veel life en veel te weinig work. Door al dat gepamper kweken we softies die, eenmaal op de arbeidsmarkt, in de kortste keren een kanjer van een burn-out ontwikkelen, wegens onvoldoende weerbaar.
Dit in schril contrast met wat de respondenten zoals u en ik zich herinneren van hun “jonge tijd”, toen er nog normen waren en je nog respect verschuldigd was aan je leraren. De tijd toen de westerse wereld zich op een ongekend hoogtepunt bevond, net vóór het verval zich inzette en alsmaar toenam naarmate onze jeugdjaren steeds verder uit ons gezichtsveld verdwenen. Vaarwel bloeiperiode waar wij niet alleen deel van mochten uitmaken, maar waar wij met onze noeste arbeid en morele integriteit ook ons steentje – wat zeg ik, onze rotsblok – toe bijgedragen hebben. Vaarwel ook de tijd waarin je een alinea als deze kon neerpennen zonder er een disclaimer te hoeven aan toevoegen.
De goede oude tijd
Werk op de plank dus voor onze politieke leiders om “die tanker te keren”, zoals zij dit zo plastisch uitdrukken. Een zorgvuldig uitgekozen metafoor, want een tanker keren doe je niet zomaar in een handomdraai natuurlijk. De kiezer mag daar dus niet het huidige, maar het volgend kabinet op afrekenen. Volgens mijn bronnen wordt dit gedoe met tankers in Nederland dubbel zo moeilijk wegens de uitzonderlijk korte duur van een kabinet tegenwoordig. Maar dit geheel ter zijde, want we waren gebleven bij de zegeningen van het vroegere onderwijssysteem en bijbehorende praktijk.
Ik wil hier toch meegeven dat ikzelf aan die tijd van normen en respect toch geen onverdeeld euforische herinneringen over houd. Deze onvolprezen normen werden namelijk bepaald en gehandhaafd vanuit een vanzelfsprekende machtspositie. Het respect dat daaruit voortvloeide was voornamelijk gebaseerd op angst. Angst voor straf, angst voor represailles.
Toen ik op een mooie septemberdag als elfjarige aankwam op de grote school, het college, had ik op het einde van de eerste schooldag – een late zomerdag – uit pure vergetelheid mijn jasje aan de kapstok in de schoolgang laten hangen. Dat was de leraar niet ontgaan. De volgende ochtend lag een geel kaartje op mijn schoolbank te wachten: een retenu. De argeloze lezer zal zich nu wellicht afvragen wat een retenu is. Welnu, dat is een Frans woord, want Frans was immers de voertaal van de sociaal beter gesitueerde leerlingen. Een Frans woord voor strafstudie, of nablijven. Dat betekende op de vrije middag naar school komen en twee uur straf zitten schrijven. Eindeloze reeksen Latijnse of Griekse hoofd- of stamtijden. Het was de eerste retenu in een onafzienbare reeks die de volgende zeven jaar mijn deel zouden zijn. En inderdaad, Ik ken nu nog altijd de stamtijden zo uit mijn hoofd, waarvoor mijn dank. De prijs die ik voor die “duurzaam” verworven kennis betaald heb is zeven jeugdjaren vol wrok en verbittering voor onterechte straffen en vernederende opmerkingen waar je geen verweer tegen had. Waar je na al die jaren nog steeds een gevoel van rancune aan overhoudt.
Van consensus naar conflict|
Hoe kan de norm van wat een goede school moet doen zó veranderen in één mensenleven? Wat bezielde de hedendaagse maar ook de toenmalige pedagogen om zulke miskleunen te bedenken? Wel, ze hebben dat duidelijk niet in hun eentje bedacht. Ze hebben meegedobberd op de golven van een samenleving in beweging. Een beweging die steeds woeliger is geworden.
De maatschappij is de laatste zestig jaar geëvolueerd van een consensusmodel naar een conflictmodel. Een consensus die weliswaar grotendeels manu militari afgedwongen was binnen een relatief homogene gemeenschap, waarin naast sociale klasse de belangrijkste splijtzwam bestond uit de insteek waarbij men gedeelde waarden met een christelijk dan wel met een humanistisch sausje overgoot. De identiteit van een individu overlapte grotendeels met die van andere individuen.
Niet zo in de huidige wereld. Het consensusmodel is gewoon van tafel geveegd. In 2026 bestaat de maatschappij uit individuen die elk multipele identiteiten koesteren op het vlak van gender, ras, religie, nationaliteit en zo meer. Superdivers zoals dat tegenwoordig heet. Neem daarbij nog de ideologische waterscheiding op vlak van migratie, klimaat, het al dan niet terechte gevoel van onveiligheid, het ‘gillets jaunes’ gevoel van achterstelling en uitsluiting, en je hebt het perfecte recept voor een emotionele cocktail waarbij compromissen, laat staan een harmonisch consensusmodel, zo goed als onmogelijk worden.
In een ruime halve eeuw tijd zijn we geëvolueerd vaneen maatschappij waarin niets mocht maar alles moest naar een model waarin de leuze “Ik moet helemaal niets!” primeert. Een maatschappij waarin ieder voor zichzelf de grenzen van goed en kwaad bepaalt. Geen wonder dat – in België althans – de helft van de bevolking alleen woont. Zo hoef je met niemand anders rekening te houden.
Voortrekkersrol
Dat het onderwijs niet anders kan dan op deze evolutie in te spelen is nogal wiedes. Als we dat niet deden zou de school haar maatschappelijke relevantie compleet verliezen. We zouden jongeren voorbereiden op een maatschappij die al 50 jaar niet meer bestaat. Zo doende deinen we willens nillens mee met de flow, maar leveren we terzelfdertijd een niet te onderschatten bijdrage in het bepalen welke richting die flow uitgaat. Het onderwijsveld is wellicht de belangrijkste actor in het kritisch bevragen van maatschappelijke ontwikkelingen en het aansturen van de opinievorming én gedragingen van jonge mensen.
Het maatschappelijk debat wordt in beide richtingen veelal aangestuurd door extreme meningen, dikwijls verwoord in snedige oneliners. Dit draagt ongetwijfeld bij tot het vaak excessief negatief imago van het onderwijs. Wie de realiteit op de werkvloer kent weet wel beter. In het overgrote deel van de scholen wordt, met een inzet waar veel mensen uit de privésector zich niets kunnen bij voorstellen, gestaag gewerkt om jonge mensen de nodige inzichten en competenties bij te brengen ter bevordering van hun persoonlijke groei en van hun dienstbaarheid ten overstaan van de maatschappij.
Reacties worden per mail rechtstreeks aangeboden aan de auteur.
DNMonline: