DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.
Willem de Vos
Willem de Vos is oud-rector-bestuurder en werkt als zelfstandig adviseur, coach, spreker, schrijver en verhalenverteller.
E-mail: info@goederaed.nl
Hoe komt het toch dat je al mijmerend over vraagstukken van deze tijd, vrijwel altijd uitkomt bij Aristoteles, Plato of Socrates? Logisch toch?! In hun tijd hadden ze weinig concurrentie en was er nog geen filosofische traditie. Wat zij bedachten werd niet omspoeld door duizenden andere publicaties. Om vandaag de dag origineel, baanbrekend of grondleggend te zijn, moet je van goeden huize komen. Allerlei hedendaagse principes zijn daardoor terug te voeren op hun denkwerk. Zoals: verhalen schrijven en vertellen is populair in onze dagen. Een beetje bedrijf of organisatie heeft een ‘corporate-story’ of een ‘narratief’, waarin de reden van bestaan wordt beschreven. De opbouw van zo’n verhaal is rechtstreeks gebaseerd op de indeling in drie delen die Aristoteles bedacht. Begin, midden, einde, of connectie, conflict, transformatie. Door het begin moet een verhaal de aandacht wekken en aanhaken bij iets dat de hoorder herkent. Dan moet er een probleem, vraagstuk of conflict opdoemen, dat de interesse van de hoorder vasthoudt en dat vraagstuk moet op een onverwachte, verrassende manier worden opgelost. Ah, zo doen ze dat bij dat bedrijf, dat is interessant!
Zo zijn goede reclames ook opgebouwd. Een mooi voorbeeld is dat van de chauffeur van een vrachtwagentje met takel die in plaats van een glascontainer te legen, een 45-kilometer autootje optilt, zodat de berijdster, een oude dame, uit het portier hangt. En de oplossing is natuurlijk dat hij naar een bepaalde brillenwinkel moet gaan, of dat beter eerder had kunnen doen. En nou maar hopen dat er voor de rest van dit verhaal voldoende connectie is ontstaan. Ik ben namelijk sterk van mening dat verhalen-met-een-moraal veel meer aandacht verdienen in onderwijs en bij leidinggevenden. De cartoons van Pieter Leenheer laten vlijmscherp zien dat het proza dat veel leidinggevenden loslaten op hun medewerkers, bepaald niet zorgt voor connectie. In tegendeel. U haakt toch ook af als de eerste zin van een toespraak of van een geschreven tekst nergens aan appelleert?
Dat verhalen onze interesse wekken en vasthouden is als volgt te verklaren: “Verhalen wekken onze interesse omdat ze ons brein activeren, emoties oproepen (dopamine, oxytocine), complexe informatie toegankelijk maken, en onze aangeboren behoefte vervullen om de wereld en onszelf te begrijpen, wat leidt tot betrokkenheid, motivatie en betere herinnering. Ze geven structuur, creëren verbinding en prikkelen onze nieuwsgierigheid door conflicten en personages, waardoor we willen weten hoe het afloopt.” Aldus een van die brave chatbots.
Ik heb in de jaren dat ik leiding gaf aan een school veel en vaak korte verhalen gebruikt. Bij het openen van een vergadering, in toespraken, weekberichten en zelfs in gesprekken. Het mooiste compliment kreeg ik van een doorgewinterde leraar Wiskunde die mij in de fietsenstalling vertelde dat hij zich in het begin afvroeg wat ik toch in vredesnaam met die verhaaltjes beoogde, maar gaandeweg steeds beter was gaan begrijpen, waar ze voor stonden. En nu, in zijn laatste jaar voor de klas, gebruikte hij ze regelmatig in zijn lessen. Bij de opvoeding van onze kinderen heb ik ze ook vaak ingezet, voor het slapengaan, of zomaar. Het kwam ze, zo hoorde ik later, ‘wel eens de neus uit’. Maar nu maken ze er alle vier in hun werksituatie dankbaar gebruik van.
Maar, waar zit in deze column het conflict? Dat is toch ook nodig om erbij te kunnen blijven? Sterker nog, de meeste columns bestaan uit een reeks conflicten, het liefst zonder oplossing.
Nou, hier komt het conflict: de meeste teksten en toespraken van leidinggevenden zijn niet brein-activerend, niet dopamine-opwekkend, leiden niet tot betere motivatie, prikkelen de nieuwsgierigheid niet en motiveren onvoldoende. Dat zou voor een deel van de lessituaties ook wel eens op kunnen gaan.
Een collega Nederlands van lang geleden begon iedere les met een gedicht en schreef op zijn bord een ‘spreuk van de week’. Naast of op de deur van mijn werkkamer hing iedere week een andere spreuk en die heeft mij heel wat vragen en contacten met leerlingen opgeleverd.
Een les die begint met ‘jongens (?), we gaan verder met hoofdstuk 4’ is toch net zo duf als een toespraak zonder pakkend begin?! Nou, kom op met die verhalen, want een column over verhalen, zonder verhalen bestaat natuurlijk niet.
De kapitein en de machinist van een schip hebben ruzie over de vraag, wie van hen het belangrijkst is voor de vaart. Om daar achter te komen wisselen ze voor een dag van plaats. Het duurt niet lang of de kapitein komt naar de brug toe, zijn overall onder de olie en een moersleutel in zijn hand. ‘Ik heb je beneden nodig’, zegt hij met tegenzin, ‘ik krijg de motor niet meer aan de praat.’ ‘Dat kan kloppen’, zegt de machinist schoorvoetend, ‘want we zitten aan de grond.’ Aan zo’n verhaal valt niets uit te leggen en dat moet je dan ook vooral niet doen. Het legt zichzelf wel uit en het is vele malen krachtiger dan welke tekst dan ook over dit thema.
Of wat dacht je van dit verhaal: Een schoolbestuurder heeft zijn bureau vol liggen met teksten en krabbels voor het nieuwe schoolplan. Adviezen van consultants hebben hem niet veel verder gebracht en hij zit duidelijk op een dood punt. Met een hoofd vol vragen over de gewenste koers van de school verlaat hij aan het begin van de avond zijn werkkamer. De volgende ochtend komt hij terug en ziet dat er iemand opmerkingen heeft geplaatst bij zijn teksten. Eerst ontsteekt hij in woede: ‘Wie heeft het lef gehad…’, maar als hij leest wat erbij geschreven is, kalmeert hij. ‘Dit is briljant!’ roept hij uit, ‘hier zat ik op te wachten!’ Hij wil weten wie hem zo geholpen heeft. Maar hij komt niet verder dan dat er alleen maar schoonmaakmedewerkers via het uitzendbureau in het gebouw kunnen zijn geweest.
En zo zijn er nog honderden, uit het leven gegrepen, voor het oprapen en ze zijn niemands eigendom.
En let wel: de eerste verhalenvertellers leefden eeuwen voor Aristoteles, Plato en Socrates.
Reacties worden per mail rechtstreeks aangeboden aan de auteur.
DNMonline: