DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.
Pieter Baay, Gert Biesta, Patrick van der Bogt, Hanke Drop, Saar Frieling & Bart van Rosmalen (2025).
Leraar zijn: ambachtelijk en kunstzinnig
Telos Uitgevers
Marc Vermeulen
Marc Vermeulen is emeritus hoogleraar sociologie bij TIAS
De kunst van het leraar zijn, en daar over te schrijven
Dat leraren kunstenaars zijn als ze in hun lokaal met een groep leerlingen of studenten bezig zijn, wil ik graag geloven. Als jonge leraar hielp het mij in ieder geval om een les ook als een theatervoorstelling te bezien, met rollen, podium en wel of geen applaus. Dat inzicht is dan ook niet heel nieuw maar wel de moeite waard om regelmatig beschreven en uitgediept te worden. Daar zit de mogelijke verdienste van de bundel Leraar zijn:ambachtelijk en kunstzinnig. De toevoeging van het woord ‘ambachtelijk’ maakt het spannend zeker als een flink aantal auteurs afkomstig zijn uit het MBO en HBO. In het verschil tussen kunst en ambacht zit misschien wel de belangrijkste spanning in onderwijs. Is kunst iets eenmaligs, ingegeven door de bijzondere inspiratie van de kunstenaar, in een net zo eenmalig samenspel met zijn publiek? En daarmee niet te herhalen en elke keer anders? Of is het een ambacht, wat op een verstandige wijze via routines en inzicht tot herhaalbare acties leidt. En daarmee meer voorspelbaar en systematisch is? Uiteindelijk zal in een grootschalige operatie als die van ons onderwijs voorspelbaarheid en herhaalbaarheid belangrijk zijn. Al was het maar om leerlingen goed over te kunnen laten gaan van de ene fase naar de volgende fase of om hen van een civiel effect te voorzien. En dat dit niet kan via strikte procedures en procescontroles staat ook vast.
Hierin zitten bekende spanningen als die tussen situatie en systeem, emotie en ratio, gemiddeld en afwijkend of geprotocolleerd en geïmproviseerd. Dat zijn spannende tegenstelling ook als het over onderwijs gaat en ik was dus meer dan gemiddeld nieuwsgierig naar de inbreng van de auteurs in de bundel. En om eerlijk te zijn: dat liep uit op een teleurstelling. Als disclaimer: dat kan best aan mij liggen, aan mijn ervaring, aan mijn voorkeuren en mijn blinde vlekken. Maar toch.
Om te beginnen bevat de bundel eigenlijk niet heel veel nieuwe inzichten. Zoals gezegd is dat idee van de leraar als scheppende artiest al vaker aan de orde gesteld[i]: auteurs lijken deze literatuur niet te kennen en borduren ook niet voort op de al bestaande denkrichtingen. De bijdrage(n) van Gert Biesta waren voor mij het sterkste maar ook zeker niet nieuw te noemen. Niettemin, voor degen die dit gebied minder kennen is de bundel een goede introductie.
Een tweede bezwaar is dat er ingewikkeld geschreven wordt over de kwestie van het leraarschap, het lijkt wel als of er een soort eigen taal gebruikt wordt waarmee ingewikkelde vergelijkingen gemaakt worden die drempelverhogend werken. Wat moet je met een analyse van leraarschap als driehoek, cirkel of vierkant? Wat voegt dit toe aan ons inzicht over de kern van leraarschap. Ik verdwaalde erin en haakte (bijna) af. Wat moet je met allerlei verwijzingen naar bekende auteurs (Dewey Sennett, Ahrendt) die vervolgens amper uitgewerkt worden, is dat een poging om te laten zien dat je als schrijver niet van de straat komt? Maar wat heeft de lezer daar dan aan? En waarom deze auteurs en geen anderen?
Mijn volgende bezwaar is dat er in de bundel ook verslagen van gesprekken tussen schrijvers zitten die weinig verhelderend waren en eerder de indruk maakten van gesprekken tussen mensen die het met elkaar erg eens zijn, maar niet heel druk zijn met wat de rest van de (leraren-)wereld hiermee moet of kan.
Als laatste en misschien wel grootste punt, heb ik moeite met het in isolement bespreken van de dynamiek van een lessituatie alsof daar geen organisatie en stelsel om heen zitten. Als er al over bestuur en stelsel gesproken wordt, gebeurt dit in platitudes. In vooroordelen ten aanzien van management en bestuur die nu ene keer dat vermaledijde regelsysteem vertegenwoordigen en dus per definitie tegenover de vrijheid van de scheppende artiest staan. Jaren geleden werkte ik aan een universiteit en was academische vrijheid mijn mantra. Tegen een bevriende universiteitsbestuurder zei ik eens ‘X weet je dat we jouw positie hier aanduiden als Hoofd Afdeling Bijzaken?’ Hij moest daarom lachen maar repliceerde: ‘Is goed, zal ik eens een paar van die bijzaken uitzetten: geen elektra en koffie meer, ook geen bekostiging en subsidies en dan ook maar geen examens en civiel effect?’ Dat zette me aan het denken. Hoe zit dit tussen die organisatie die beleid formuleert en randvoorwaarden schept (of oplegt) en die autonome professional? Deze moet zich verhouden tot die randvoorwaarden en laten zien waar zij/hij samen met collega’s toe in staat is? En zo weer teruggeeft aan de samenleving waarom gevraagd werd (zorg, onderwijs, cultuur)? Ook dit is een thema dat al erg lang op de agenda staat en het verdient om vanuit nieuwe invalshoeken belicht te worden, bijvoorbeeld vanuit het perspectief van ambachtelijkheid en kunstzinnigheid.[ii]
Deze bundeling van teksten en gespreksverslagen schiet hier helaas tekort in en is dus een gemiste kans wat mij betreft. De bundel voegt geen nieuwe invalshoeken toe en zorgt eerder voor extra ruis dan voor meer inzicht.
[i] Bijvoorbeeld door
Coonen, H. (2005). De leraar in de kennissamenleving : beschouwingen over een nieuwe professionele identiteit van de leraar, de innovatie van de lerarenopleiding en het management van de onderwijsvernieuwing. Garant
Waslander, S.(2007). Mass customization in schools: strategies Dutch secondary schools pursue to cope with the diversity–efficiency dilemm’, Journal of Education. Policy, 22:4, 363-382, DOI: 10.1080/02680930701390503.
Tops,P. (2007) Kennis van de frontlinie. Politieacademie oratie
Hendrikx, W. (2019). When policy meets practice : professional identity in a context of public management reform [Dissertation]. [Tilburg University].
[ii] Bijvoorbeeld door het beroemde werk van James Coleman (1994). Foundations of social theory. Belknap Press of Harvard University Pres
DNMonline: