DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.
Marc Vermeulen
Marc Vermeulen is emeritus hoogleraar onderwijssociologie bij TIAS
E-mail: m.vermeulen@tilburguniversity.edu
Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik maak me wel wat zorgen over de haperingen in de democratie zoals we die altijd kenden. We zien regeringen op democratische manier aan de macht komen, daarna als een dolle te keer gaan en allerlei fundamentele waarden overboord zetten. De VS, Argentinië, en dichter bij huis Hongarije. Het leidt tot een reeks aan publicaties over het mogelijk sneven van de democratie. Vergelijkingen met de eerste helft van de twintigste eeuw worden gemaakt en maken me er niet geruster op.
Ook hier zien we worstelingen
Uit wereldwijde vergelijkingen blijkt het aantal landen dat volledig democratisch te noemen is, het laatste decennium te zijn gehalveerd. Nederland staat overigens wel in de reeks landen die volledig democratisch zijn, maar ook hier zien we worstelingen. Na de dubbele val van het kabinet (vooruit-)Schoof hebben we nu een minderheidskabinet en dat zal wel even wennen zijn. We zijn immers gewend aan meerderheidskabinetten die vanuit een helder programma regeren, al zijn die meerderheden de laatste jaren een vrij zwakke basis gebleken. Misschien wel als oplossing daarvoor nu dus een poging zonder duidelijke meerderheid. Er zal dus steeds opnieuw gezocht moeten worden naar passende en tijdelijke coalities. De laatste keer dat dit min of meer goed afliep was eind negentiende eeuw (kabinet Mackay). Daarna waren er diverse pogingen, maar óf als overgangsmodel, óf als rommelige en niet de volle rit uitzittende kabinetten (zoals Rutte I met gedoogsteun PVV).
Werk aan de winkel
Voor scholen is er werk aan de winkel om de democratie te ondersteunen, zo betoogde ik in mijn afscheidscollege in Tilburg onlangs[i] waarbij ik met name inging op het belang van goed burgerschapsonderwijs. Dat punt heb ik gemaakt. Ik wil nu een andere optie op tafel leggen, namelijk de vraag of en hoe het maatschappelijk middenveld (scholen, ziekenhuizen, corporaties) een rol moeten spelen bij de politieke stabilisering van een instabiel kabinet. Kortom, kunnen en moeten we Rob Jetten, en voor het onderwijs Rianne Letschert, een handje helpen als bestuurders van onderwijsinstellingen?
Je kunt denken aan het zoeken van extra maatschappelijk draagvlak voor het beleid van scholen (via ouders, studenten, bedrijven); maar dat hoeft niet uit de Haagse arena te komen. Op die manier kunnen we de politiek ‘voor blijven’ en dragen we bij aan een verbreding van democratische legitimiteit. Niet via de weg van landelijke verkiezingen en het parlement maar via activering van eigen netwerken.
Laten we het voorbeeld nemen van armoede in gezinnen en de consequenties daarvan voor leerlingen en studenten. Natuurlijk kun je van alles en nog wat vinden van het voorliggende regeerakkoord en de effecten op gezinsinkomens. Het zal op dat onderwerp nog wel spannend worden in de coalitie en in het parlement en een meerderheid tekent zich nog niet af. Maar tegelijkertijd zijn er tal van mogelijkheden om binnen onderwijsinstellingen en samen met maatschappelijke partners het voor leerlingen en studenten makkelijker te maken, in ieder geval niet moeilijker. Zo zijn er nog wel meer voorbeelden te bedenken: in stand houden van het aanbod in krimpgebieden, reguleren van het aantal buitenlandse studenten, kwaliteitsnormering rondom kernvakken.
Zelf verantwoordelijkheid nemen
Mocht dit u bekend voorkomen: dit past heel erg in de klassieke Rijnlandse benadering, waarin je de overheid er pas bij haalt als je er maatschappelijk niet uitkomt.[ii] Die gedachte is deels om zeep geholpen door doorgeschoten marktwerking en ingrijpen van de overheid om de uitwassen daarvan te bestrijden. Kortom, we hebben ervaring met deze manier van werken, en daar zijn lessen uit te trekken. Het vergt wel dat die netwerken transparant en toegankelijk zijn, dat ze nadenken over de aard van hun activiteiten in vergelijking met die van de regering en het departement. Het legt dus een extra verantwoordelijkheid bij schoolbesturen. Zij moeten zoeken naar daadwerkelijke betrokkenheid en draagvlak in hun eigen omgeving. Hun werk wordt daarmee activistischer en politieker.
Mijn pleidooi is geen vrijbrief om Den Haag buiten spel te zetten of een bestuurlijke alleingang te maken. Het is een oproep om zelf verantwoordelijkheid te nemen en het Den Haag makkelijker te maken. De politiek en het maatschappelijk middenveld zorgen dan samen voor een sterkere democratische legitimering, ook als is er sprake van wankelende coalities.
[i] Terug te lezen op https://a.storyblok.com/f/331657/x/8eefa122b9/afscheidsrede-richting-geven_marcvermeulen.pdf
[ii] In onze traditie komen je dit vooral tegen in het zogenaamde subsidiariteitsbeginsel dat uit de katholieke traditie komt. Moderne varianten tref je aan bij de zoektocht van sociaal liberalen in het zoeken naar een evenwicht tussen staat en markt. Maar ook energiecorporaties, broodfondsen en collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) bij het ontwikkelen van woningbouwprojecten. De Amerikaanse politicoloog Archon Fung noemt dit deliberative democracy, d.w.z. een democratie die meer uitdrukkingsvormen zoekt dan alleen verkiezingen.
Reacties worden per mail rechtstreeks aangeboden aan de auteur.
DNMonline: