Abonneer je nu!

Voor slechts € 3,55 per maand ben je al abonnee!

DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.

Column

Willem de Vos
Willem de Vos is oud-rector-bestuurder en werkt als zelfstandig adviseur, coach, spreker, schrijver en verhalenverteller.
E-mail: info@goederaed.nl

LinkedIn

La Constante Macabre

In de hoop dat je niet al afhaakt bij de Franse titel van dit stukje (te vertalen als: ‘De afgrijselijke constante’), beken ik dat ik het idee voor deze column opdeed in een Franse Ressourcerie. Je weet wel, een kringloopwinkel, waar gebruikt materiaal weer een bron wordt. Het was een enorme, wanordelijk ingerichte loods. Mijn vrouw vond vier espressokopjes, voor € 0,30 per stuk. We gebruiken ze bijna dagelijks. Ik nam voor € 0,50 een Franstalig boek mee, met de titel van hierboven.

Een boek uit 2003 van André Antibi (1944-2022), hoogleraar onderwijskunde aan de ‘Université P. Sabatier de Toulouse’, gebaseerd op een artikel dat hij 15 jaar daarvoor al schreef. De ondertitel is: ‘Comment a-t-on découragé des générations d’élèves?’ (‘Hoe hebben we generaties leerlingen zo kunnen ontmoedigen?’). Het lag al een tijdje op een stapeltje op onze zolder. Ik besloot het tevoorschijn te halen toen een van onze kleindochters haar nood klaagde over de beoordeling ‘Matig’ voor een onderdeel Rekenen in haar rapport van groep 7, volgens haar louter omdat zij bij een afrondopdracht vergeten was het duizendtal in het antwoord te vermelden. Des duivels was zij. Het leek maar de vraag of zij voor deze juf ooit nog iets wenste te doen.

Zelf heb ik niet vaak onvoldoendes op mijn rapporten gescoord. Wel een veelzeggende 6.5 op mijn eerste rapport in klas 1 (nu groep 3), voor ….Gedrag. Ik was gewoon een ongedurig ventje met veel energie en weinig behoefte aan uitleg, overtuigd van het recht om te zeggen wat ik dacht. Toen al geknipt voor columnist!

Is dat normaal?
Antibi neemt de stelling onder vuur dat 10 tot 20% onvoldoendes bij de meeste toetsen normaal is. Want dat zou overeen komen met de ‘Gauss-kromme’ en de meeste data zijn volgens die kromme verdeeld. Gauss heeft dit soort conclusies nooit getrokken over kwesties die beïnvloedbaar zijn, zoals onderwijsresultaten dat zijn door leraren. (Carl Friedrich Gauss (1777-1855) was als jongetje altijd als eerste klaar met alles. Toen de meester hem de opdracht gaf, alle getallen van 1 tot en met 100 op te tellen en dacht dat hij daar wel de hele middag voor nodig zou hebben, had hij de uitkomst binnen een paar minuten al, door zijn ontdekking dat de eerste en de laatste, tweede en op een na laatste cijfers et cetera, opgeteld steeds 101 opleverden (1+100, 2+99, 3+98 …) en dat dit 50 keer het geval was. 50 x 101 is 5050 en dat was het antwoord.) Antibi concludeert dat bij vakken die we minder belangrijk vinden voor de toekomst in het onderwijs, deze kromme niet speelt en dat hij in het beroepsonderwijs ook veel minder voorkomt. Het verschil zit hem in het belang van het selecteren van kinderen. In het beroepsonderwijs zijn kinderen al geselecteerd en vakken ‘achter de streep’ hoeven niet bij te dragen aan de selectie.

Het draait om selectie
Uiteindelijk stelt hij vast dat ‘La Constante Macabre’ maar één doel dient: selectie van leerlingen, in opdracht van de samenleving. En zijn veelvuldig herhaalde vraag luidt: ‘Is het onderwijs bedoeld om te selecteren?’ Waar heb ik dat eerder gehoord? Was dat niet bij onze A.D. de Groot? Nee, hij pleitte in zijn boek ‘Vijven en zessen’ voor objectieve toetsen, tegenover allerlei onzuiverheden in de beoordeling, maar werd zo wel de grondlegger van de CITO-toets. En die toets blijkt nou juist een selectie-instrument bij uitstek te zijn, dat de pondspondsgewijze verdeling van leerlingen over de niveaus in het voortgezet onderwijs mogelijk maakt.

Antibi strijdt tegen het feit dat leerlingen zich een ‘nul’ (waardeloos) of een ‘échec’ (mislukking) kunnen voelen, louter omdat zij minder hoog scoren dan klasgenoten. En zeker als dat herhaaldelijk het geval is. En hij laat zien dat vrijwel niemand in staat is om een nieuw vraagstuk over een onbekende situatie binnen een vastgestelde tijd op te lossen, terwijl we dat bij een vak als Wiskunde voortdurend eisen.

Uiteindelijk roept hij leraren op om zich collectief te verzetten tegen wat de maatschappij van hen vraagt: selecteren. Hij ontmoet bijna niemand die het bestaan van ‘La Constante Macabre’ ontkent en toch gaf in een onderzoek 84% van de bevraagde leraren aan dat het doel van onderwijs is: ‘former’ en niet ‘sélectionner’.

Lelijke uitspraken
Maar hij somt ook uitspraken op, specifiek van leraren Wiskunde, die er niet om liegen; een greep daaruit:

  • ‘Ik geef met spijt toe dat ik leerlingen vragen heb gesteld die veel te moeilijk waren, alleen om te zien hoe ze daar (niet) uit kwamen.’
  • ‘Zelfs bij een toets over een eenvoudig onderwerp streef ik naar een verdeling 1/3 -1/3 -1/3’
  • ‘Dit jaar doen mijn leerlingen het veel beter dan vorig jaar. Als ik dit jaar dezelfde toetsen geef kom ik gemiddeld te hoog uit, dus pas ik mijn toetsen aan.’
  • ‘Ik zet altijd een opgave in mijn toets waarvan ik zeker weet dat ze er niet uitkomen, want ik geef niet graag een negen of een tien.’

Nu leven wij niet in Frankrijk en ook niet meer in 2003 of 1988. En ik kan slecht overweg met mensen die beweren dat er in het onderwijs nauwelijks iets verandert (zoals in deze vileine anekdote: ‘Een chirurg uit 1926 zou in een hedendaagse operatiekamer zijn ogen uitkijken en niets kunnen doen, maar een leraar uit dat jaar pakt vandaag een krijtje en kan aan de slag.’) Evenmin kan ik het hebben als iemand vanuit het onderwijs beweert dat de veranderingen niet bij te houden zijn.

En in ons onderwijs?
Maar hoe zit het bij ons met ‘La Constante Macabre’? Ook al wordt er steeds meer formatief gewerkt en getoetst. We werken met slimme administratieprogramma’s die scores in vakken en jaarlagen bijhouden en uiteenzetten in inzichtelijke grafieken. Met als doel om inzicht te krijgen in data en daarover met elkaar in de school het gesprek aan te gaan. Hoe vaak gaat dat gesprek nog over gemiddelde cijfers, aantallen onvoldoendes en het discriminatoire vermogen van toetsen? Een teveel aan onvoldoendes leidt terecht tot een gesprek om opheldering, maar voor een leraar die te weinig onvoldoendes uitdeelt, geldt dat evenzo.

En de eindexamens in het voorgezet onderwijs die net weer achter de rug zijn, leiden constant voor 10% van de leerlingen tot een ‘échec’. En als je ‘gezakt’ bent (waarschijnlijk afgeleid van ‘zinken’) voel je je vast een ‘nul’. Macaber toch?!

Nu je zo ver gekomen bent, haak niet af bij het slotcitaat:

Notre vrai mission: “Apporter le plus possible de connaissances au plus possible de personnes.”’ (Welk cijfer had jij vroeger voor Frans?)

Reageren?

Reacties worden per mail rechtstreeks aangeboden aan de auteur. 

Verder lezen?

Voor slechts € 3,55 per maand ( € 42,50 incl. 9% btw per jaar)  heeft u al een abonnement

DNMonline:

  • informeert over leiderschap in/en onderwijs en meer
  • is onafhankelijk, kritisch, beschouwend, wetenschappelijk en beschrijft boeken,
  • richt zich op (school)leiders, directies, besturen en toezichthouders in onderwijs
  • werkt met professionals die door hun werkervaring goed ingevoerd in alle aspecten van het onderwijs