DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.
Diete de Vos
Diete de Vos is schoolleider van de Asch van Wijckschool (basisonderwijs) in Utrecht.
E-mail: d.de.vos@aschvanwijckschool.nl
In een vorige functie werd ik toegelaten tot het Genootschap van de Kruk. Dat klinkt als een gezelschap voor meubelmakers, maar dit genootschap gaat over iets veel wezenlijkers: de samenwerking tussen school en ouders.
Dit genootschap baseert zich op het gedachtengoed van ouderschapsdeskundige Alice van der Pas. De poten van de kruk staan symbool voor drie basisaannames:
De eerste basisaanname gaat over de wens van iedere ouder om het beste te willen voor het eigen kind. Het kan zijn dat onderwijsprofessionals een ander beeld hebben van wat goed is voor een kind dan de ouders zelf. Alice van der Pas stelt dat het helpt om je er voortdurend bewust van te zijn dat ouders goede intenties hebben. Daarmee blijf je met elkaar in verbinding.
Dat herkennen we als school. Het is belangrijk om te blijven investeren in het begrijpen van ouders, voordat je zelf begrepen wilt worden (Kuipers & Tiggelaar, 2015). Als school brengen we expertise mee. We kijken met pedagogische en didactische kennis naar een kind, bespreken vraagstukken met collega’s en zien hoe een kind zich beweegt binnen een groep. Ook hebben we ons te verhouden tot de ambities uit ons schoolplan en tot de missie en visie die we als school hebben geformuleerd.
Tegelijkertijd brengen ouders – vanuit de eerder genoemde goede intenties – perspectieven de school in die helpen om de juiste afwegingen te maken. Ouders kennen hun kind als geen ander. Zij weten – in de meeste gevallen – hoe hun kind zich in de buik bewoog, kennen de eerste behoeften en herinneren zich de eerste stapjes. Ze weten hoe hun kind zich uit als het boos is, wat het lievelingseten is en waar hun kind het meest bang voor is, ook als het donker wordt.
Die gedachte brengt mij bij de derde basisaanname: ouders zijn eindverantwoordelijk. Wij lopen als professionals een stukje mee in het leven van een kind. We hebben een kind gedurende de kleuterperiode of in een specifiek leerjaar in de klas. We zijn als IB’er een poosje betrokken wanneer er een ondersteuningsvraag is.
Ouders zijn – per definitie – hun hele leven betrokken bij hun kind. Bij successen en teleurstellingen. Als het vanzelf lijkt te gaan, en juist ook wanneer het schuurt of vastloopt. Als onderwijsprofessionals lopen wij een stukje mee. In een belangrijke ontwikkelingsfase en met een belangrijke maatschappelijke opdracht, maar altijd tijdelijk. Dat vraagt professionele bescheidenheid: de erkenning dat wij belangrijk zijn in het leven van een kind, maar nooit zo belangrijk als de mensen die het thuis grootbrengen.
Dit sluit mooi aan bij de tweede basisaanname: ouderschap maakt kwetsbaar. Iedere ouder heeft een diep verlangen om een goede ouder te zijn. Om later van je kind terug te krijgen dat je het goed gedaan hebt, ook toen het soms lastig was. En juist omdat ouderschap en opvoeding nooit volkomen vlekkeloos verlopen, liggen schuld en schaamte op de loer. Het is belangrijk om je hier als professional bewust van te zijn.
Opmerkingen over bedtijden, schermgebruik of de inhoud van een broodtrommel kunnen voor een professional klein lijken. Voor ouders raakt het soms aan iets groters: de twijfel of zij het wel goed doen. Juist daarom is de kwaliteit van de relatie van groot belang. Omdat je daarop kunt terugvallen. Om eruit te putten als het vertrouwen lijkt te wankelen. Om erop te leunen als het niet lukt om het samen eens te worden.
Investeren in die relatie doen we voortdurend. Daarbij helpt het dat we ouders hard nodig hebben om ons onderwijs vorm te geven. Niets is zo verbindend als samen met je neus in de aarde naar bodemdiertjes zoeken via Utrecht Natuurlijk of samen hijgend de Domtoren beklimmen. Niets is zo verbindend als met elkaar hutten bouwen tijdens een jaarlijkse Boschdag of samen genieten van de zoveelste zelfgemaakte pannenkoek tijdens het kerstdiner.
Maar investeren in relaties zit ook in kleine gebaren. Door als leerkracht naar een ouder toe te lopen na het ontvangen van een bericht vol zorgen. Door als schoolleider een ouder te bellen na een kritisch geluid. Door als IB’er een ouder op de koffie te vragen als de zorgen blijven groeien.
Mijn voorganger zei altijd dat onze school de leukste ouders van alle scholen heeft. Misschien had ze gelijk. Maar belangrijker is een andere vraag: zijn wij als professionals bereid om ouders steeds opnieuw te ontmoeten vanuit vertrouwen, bescheidenheid en nieuwsgierigheid?
Want wij lopen een poosje mee. Ouders een leven lang.
Hoe oudervriendelijk ben jij als onderwijsprofessional? En hoe vaak realiseer jij je dat jij een tijdje meeloopt met een kind, terwijl ouders een leven lang meelopen?
Bronnen
Reacties worden per mail rechtstreeks aangeboden aan de auteur.
DNMonline: