Van taakverdeling tot gedeelde verantwoordelijkheid: opvattingen over gespreid leiderschap in het VO

Gespreid leiderschap kent vele voordelen voor een schoolorganisatie; grotere betrokkenheid van leraren, optimale benutting van expertise en een groter verandervermogen in de organisatie. De dagelijkse praktijk laat zien dat scholen met verschillende interpretaties van gespreid leiderschap werken, en dat kan nadelig uitpakken om deze voordelen daadwerkelijk te ervaren.
Schooldirecteuren als connectieve leiders

Op een gewone schooldag belt een schooldirecteur nog even met een medewerker van een wijkteam. Niet omdat er een crisis is, maar om te horen hoe het met een leerling gaat. Even later schuift dezelfde schooldirecteur aan bij een overleg met de gemeente. Tussendoor is er nog een gesprek met een ouder die vastloopt in het zorgsysteem.
Schooldirecteuren zijn allang niet meer alleen verantwoordelijk voor goed onderwijs binnen de school.
Onderbouwd toezicht: waar wet, werkveld en wetenschap elkaar vinden

Vanaf 2027 werkt de Inspectie voor het Onderwijs met een nieuw onderzoekskader. In drie artikelen neemt Laurie Vedder de lezers mee in het ontwikkelproces. In dit tweede artikel bespreekt ze waarom het nodig is om een nieuw kader te ontwikkelen.
Om een beeld te schetsen van wat dit nieuwe kader betekent, of zou kunnen betekenen, voor het afnemend veld bevat elk artikel een interview door DNMonline-redacteur Paul Stolwijk met een schoolleider of -bestuurder. Deze keer is dat Leendert van Wezel, voorzitter college van bestuur van Scholengroep Driestar – Wartburg.
Waarom de Inspectie van het Onderwijs haar onderzoekskaders herijkt

Vanaf 2027 werkt de Inspectie voor het Onderwijs met een nieuw onderzoekskader. In drie artikelen neemt Laurie Vedder, onderwijsonderzoeker bij de Inspectie, de lezers mee in het ontwikkelproces. In dit eerste artikel bespreekt ze waarom het nodig is om een nieuw kader te ontwikkelen.
Ontwikkelingen in extern onderwijstoezicht en hun betekenis voor intern toezicht

In de afgelopen tien jaar is er veel veranderd in de werkwijze van de Inspectie van het Onderwijs. In dezelfde periode nam de intensiteit van het maatschappelijk debat over de kwaliteit van het onderwijs en het lerarentekort toe. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor het intern toezicht van onderwijsorganisaties? Hoe kan je intern op de goede manier bezighouden met onderwijskwaliteit, en hoe heb je je daarbij te verhouden tot het externe toezicht?