DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.
Emmeken van der Heijden
Rector van OMO-Scholengroep Helmond
E-mail: E.vanderHeijden@omosghelmond.nl
Een recent nieuwsitem over een mogelijk verbod op sociale media voor kinderen onder de 16 jaar was frappant. De verslaggever interviewde een vader en zijn zoon. De vader was niet van een mogelijk verbod op de hoogte. Zijn zoon wel. Hij had het gelezen via het tiktok-kanaal van het NOS-jeugdjournaal. Hij wist daarbij ook nog te vertellen hoe het verbod in Australië tot nu toe verloopt. Zijn vader keek hem met grote ogen aan.
Een verbod op sociale media voor jongeren onder de 16 jaar lijkt simpel en relevant. Immers, sociale media zijn verslavend, hebben een negatief effect op de mentale gezondheid en brengen jongeren makkelijk in contact met illegale en schadelijke content. De zaak ligt echter genuanceerder dan het op het eerste gezicht lijkt, zoals het voorbeeld hierboven al laat zien. Via sociale media nemen jongeren immers ook kennis tot zich, ze weten wat er in de wereld aan de hand is. Zij zijn de generatie die niet meer om 8 uur ’s avonds het journaal kijkt. Zij scrollen langs de NOS-app en nu.nl.
Een andere veelgehoorde positieve functie van sociale media is die van de educatieve apps. Veel leerlingen leren voor toetsen en examens via youtube- en tiktokkanalen waarin de leerstof nog eens duidelijk wordt uitgelegd. En dan hebben we ook nog de vele filmpjes die aanzetten tot creatieve ontwikkeling op gebieden die school niet biedt.
In hetzelfde nieuwsitem kwam de jongerenvertegenwoordiger van het Europees Parlement aan het woord. Hij wees de verslaggever in het licht van dit mogelijke verbod op het recht van jongeren op vrijheid van meningsuiting (VN-verdrag Kinderrechten, artikel 13, lid 1).
Het kind heeft het recht op vrijheid van meningsuiting; dit recht omvat mede de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht landsgrenzen, hetzij mondeling, hetzij in geschreven of gedrukte vorm, in de vorm van kunst, of met behulp van andere media naar zijn of haar keuze.
Dat informatierecht is belangrijk, zeker ook in het licht van eerlijke kansen voor een ieder (zie ook artikel 28, lid 1). Sociale media hebben een positieve invloed op eerlijke kansen. Immers, informatie en kennis zijn via sociale media voor iedereen beschikbaar.
Een dilemma dus. De vraag is dan ook wat we winnen bij een verbod en wat we verliezen. Of anders gezegd, wat willen we nu juist verbieden en wat willen we behouden of stimuleren?
Het antwoord is nog niet zo simpel. Aan de ene kant hebben we jongeren te behoeden voor de duistere kant van het internet. Juist in een levensfase waarin ze zeer beïnvloedbaar zijn. De gevolgen kunnen desastreus zijn. Aan de andere kant bieden sociale media ook handvatten voor de ontwikkeling van executieve vaardigheden. En sociale media bieden toegang tot kennis, informatie en relevante sociale netwerken. Aan de ene kant willen we jongeren eerst vaardig maken alvorens ze het internet op gaan. Aan de andere kant zijn jongeren vaak al vaardiger op internet dan de meeste volwassenen.
Met andere woorden, we hebben hier niet te maken met een mediaprobleem maar met een opvoedkundig vraagstuk. Hoe zorgen we ervoor dat onze kinderen op een veilige manier zich verhouden tot internet en tegelijkertijd zich ontplooien tot een zelfstandig burger? En dat op een gebied waarin we ons als volwassene ook nog te ontwikkelen hebben.
Ove sociale media, kinderrechten en volwassenOpvallend is dat de discussie over sociale media in de publieke en politieke arena veelal tussen volwassenen wordt gevoerd. Opvoeden en onderwijzen zijn echter geen eenzijdige activiteiten. Hoe beter er geluisterd wordt naar jongeren, hoe beter hun ontwikkeling verloopt. Zou de eerste stap dan niet ook in hetzelfde verdrag gevonden kunnen worden, en wel in artikel 12: ieder kind heeft het recht zijn mening te geven over zaken die hem/haar aangaan. Die mening moet serieus genomen worden (vrij vertaald). Het hoorrecht van jongeren.
In feite zeggen de zoon uit het nieuwsitem en de jongerenvertegenwoordiger van het Europees parlement hetzelfde. Laten we in gesprek gaan met jongeren zelf. Om te begrijpen hoe zij sociale media gebruiken en waar voor hen de grenzen liggen. Dan weten we beter wat ons te doen staat: wat we te verbieden hebben, wat we te begeleiden hebben en vooral wat we als volwassenen zelf nog te leren hebben.
Reacties worden per mail rechtstreeks aangeboden aan de auteur.
DNMonline: