DNMonline is een onafhankelijk online platform over leiderschap in het funderend onderwijs. DNMonline verschijnt 8x per jaar met een overzicht van nieuwe content en toegang tot een uitgebreid archief.
Roger Standaert
Roger Standaert is emeritus-hoogleraar comparatieve pedagogiek aan de Universiteit Gent.
E-mail: rstandaert@skynet.be
In 2000, net voor de eerste afname van de PISA-toetsen, kreeg ik via een gulle overheid de gelegenheid een studiereis te maken naar Finland. Gedurende twee weken kon ik heel wat informatie vergaren over het Finse onderwijs. Een recent biografisch essay van de bekende Finse onderwijskundige Pasi Sahlberg zette mij aan om mijn notities van die studiereis nog eens op te diepen.
Mijn conclusies waren niet echt positief in 2000, alvast niet voor didactische kwaliteit. Bij het bezoek aan een tiental basisscholen (leeftijdsgroep 7 tot 16 jaar) zag ik geen modern onderwijs. Wel saaie klassikale lessen, die vaak letterlijk het handboek volgden. Ook geen lessen over ict. Dat laatste was merkwaardig want Nokia stond op dat ogenblik aan de top inzake telecommunicatie. Wel zag ik gemotiveerde leraren die relationeel warm omgingen met leerlingen en ook echt bezorgd waren over de achterblijvers. Ook was er ieder week een klassenraad waarbij het schoolteam, samen met het hulppersoneel, de leerlingen besprak. Op didactisch vlak hadden we niets te leren van de Finnen, dacht ik toen. Groot was mijn verbazing na de bekendmaking van de PISA resultaten in 2001.
De paradox
Het is bijna geschiedenis als je terugkijkt naar de Finlandhype na die toetsen. PISA maakte van een onbekende ministaat een wereldster in ‘de kwaliteit van het onderwijs’. Van de 29 getoetste landen zat dit land met 5,4 miljoen inwoners op de topplaats voor lezen en wiskunde en op de tweede plaats voor natuurwetenschappen. Een machtige economisch gerichte organisatie, van (nu) 34 rijke landen, patroneerde die toetsen; de OECD. De inspiratie kwam van de ook bij uitstek economisch gerichte WereldBank, toen – samen het Internationaal Monetair Fonds – wereldspeler in het toekennen van aanzienlijke subsidies aan onderwijssystemen in ontwikkelingslanden. Landen kregen geld als ze de economische principes van de vrije markt zouden toepassen. Dat hield in: presteren op verplichte centrale toetsen, concurrentie tussen scholen en privatisering van het onderwijs. Alles onder de noemer van ‘accountability’. In het verbinden van onderwijs- en economisch beleid kreeg de OESO ook impact op het beleid van de landen van de Europese Unie. PISA werd voor de EU maatstaf voor onderwijskwaliteit.
De paradox van die Finse resultaten was dat Finland niets van dit alles deed. Geen centrale toetsen, maar evaluaties door het lerarenteam. Ook geen vergelijking van scholen en bovendien een grote autonomie voor de lerarenteams in het interpreteren van het nationale curriculum. Er was ook geen Inspectie, die was 1992 afgeschaft en vervangen door adviseurs – zonder sanctioneringsbevoegdheid.
Hoe kan het dan dat Finland in 2000, 20003 en 2006 zo hoog scoorde op die toetsen? Die vraag riep ook bij de economen van de OESO discussie op. Met haar directe banden met de regeringen van de aangesloten landen en een grootscheepse verspreidingscampagne zorgde de OESO voor een wereldwijde verspreiding en economische interpretatie van de resultaten van de PISA-metingen. Zo ontstond de bijna legendarische pelgrimage naar dit geheimzinnige wonderland. Tot grote verbazing van de Finnen zelf. Het land werd overstelpt met bezoekers, op zoek naar de Heilige Graal. In het begin werd deze internationale belangstelling goed ontvangen, maar na verloop van tijd werden de Finnen het wat beu om telkens weer te moeten toelichten dat zij geen privéscholen hebben, geen centrale toetsen, er veel vertrouwen in de leraren is, ze veel nadruk leggen op de lichamelijke conditie van leerlingen en een brede vorming nastreven; bovendien in heterogene groepen – althans tot 16 jaar.
Herhaaldelijk konden ze stellen dat je niet zomaar een stuk uit dit geheel van samenhangende factoren kan isoleren omdat dan in een andere systeem te planten. Didactisch gesproken was er sowieso niet veel te rapen, maar de heel eigen benadering en organisatie van het onderwijs deed er in zijn totaliteit toe. De Finse onderwijskundige Pasi Sahlberg werd een wereldster door het toelichten van het concept van het Finse onderwijs. Zijn boek: ‘Finnish lessons. What can the world learn from educational change in Finland’ werd een bestseller, en is vertaald in dertig talen.
Aanpassen of verder doen?
Intussen bleken de resultaten van Finland in de op elkaar volgende afnames te dalen en natuurlijk leidde die daling tot discussie. De achteruitgang kon niet verklaard worden, omdat er sinds de successen van 2000, 2003 en 2006 nauwelijks veranderingen in de aanpak en organisatie van het onderwijs hadden plaatsgevonden. Zo groeide de twijfel aan de validiteit van de PISA-toetsen als unieke norm voor kwaliteit. Bovendien bleven de Finse leraren erop staan om zelf hun leerlingen te beoordelen, daar werden ze voor opgeleid. En vanuit hun idee van gelijkheid en gelijkwaardigheid bleven de Finnen opteren voor heterogene groepering en brede pedagogische contacten met de ouders. De maatschappelijke verbondenheid die een basisschool kenmerkt, moet overeind blijven.
Moeilijkheden kwamen er wel in de steden waar het aantal migranten in de jaren 2000 begon toe te nemen. Zo ontstonden er in de hoofdstad Helsinki (meer dan 600.000 inwoners), maar ook in Tampere en Turku (beide 300.000 inwoners) pogingen om een vrije schoolkeuze in te voeren, zodat ouders scholen met ‘te veel’ migranten konden vermijden. Maar in de rest van het land met dunbevolkte en toch grote gemeenten speelde die problematiek niet. Daarnaast kwam er ook in Finland na de economische volatiliteit van 2008 een bezuinigingsoperatie, die ingreep in het gratis schoolvervoer, gratis maaltijden en gratis hoger onderwijs. Ook op de klassengrootte (vaak 15 – 20 leerlingen) werd bezuinigd.
Toch bleven de grondvesten van het Finse onderwijs overeind. Bij de verdediging speelde Pasi Sahlberg een grote rol. Door zijn loopbaan, begonnen als leraar wiskunde en fysica en later als onderzoeker en consultant voor onderwijssystemen, had hij grote impact. Onder meer in de 15 nieuwe staten van de Russische Federatie die in 1992 na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie hun eigen boontjes, ook voor onderwijs, moesten doppen. Later ging hij datzelfde werk doen bij de WereldBank waar hij echter botste op de opties van die Bank over onderwijs met de daaraan gehechte regels van accountability, centrale toetsen, privatisering en concurrentie tussen scholen. Hij verliet de Bank en ging hetzelfde werk doen in Turijn bij de European Training Foundation (ETF), in opnieuw Oost-Europa, maar ook in Centraal Azië en Noord-Afrika. Onder meer op basis van die wereldwijde consultancyactiviteiten werkte hij GERM-concept uit.
Global Education Reform Movement (GERM)
Sahlberg constateert dat wereldwijd het onderwijs meer en meer wordt vermarkt. Je ziet hoe het een verbond aangaat met de zakenwereld. Economische winst maar ook een hernieuwd nationalisme (‘wij zijn de beste’, ‘wij willen tot de top behoren’) vormen de basis van deze wisselwerking. De afkorting ‘germ’ is bewust gekozen; germs zijn ziektekiemen die zich gemakkelijk verspreiden, in dit geval door wat hij noemt ‘pundits’, media en politici. Doordat politici naïef meegaan in deze analyse (zij lezen vooral economische teksten en zelden onderwijskundige), wordt het systeem geïnfecteerd. De symptomen zijn: competitie, keuzevrijheid en constante metingen. Het officiële motto is: alles wat belangrijk is kan worden gemeten, en wat je kan meten kan je managen.
Als voorbeeld haalt hij de wereldwijd verspreide studie van Mc Kinsey uit 2007 aan: ‘How the World’s best performing school systems come out on top”. Die was gebaseerd op de PISA resultaten, die via deze studie verzilverd werden als dè indicator voor kwaliteit. En de Pearson Company, ‘World’s leading educative company’. Dit bedrijf houdt zich bezig met schoolverbetering door het leveren van ‘textbooks, exams, testing en curriculum development’ in meer dan 70 landen. Door het samenstellen van een eigen rangschikking van ‘kwaliteitsvolle’ landen via de Pearson Global Index of Cognitive Skills and Educational Attainment stimuleert het privatisering en marktdenken in het onderwijs.
Terug naar het normaal
De discussies bleven in Finland niet zonder gevolgen. De Finnen realiseerden zich dat ze op het vlak van ict en didactische aanpakken nog lessen te leren hadden. Het leidde tot een grootscheeps project voor de ontwikkeling van een nieuw curriculum met ict als integrerend element; ict moet in alle vakken aanwezig zijn. Daarnaast moet in ieder jaar één groot vakoverschrijdend thema worden aangepakt waar alle vakken een bijdrage aan leveren door de relevante doelstellingen van dat vakgebied in het thema te verwerken. En didactisch moeten actieve methodes van bijvoorbeeld proeven in aangepaste wetenschapslaboratoria en groepsgericht probleem oplossen een belangrijkere rol gaan spelen. Professionalisering van leraren kreeg een belangrijke plaats via de inzet van de al genoemde adviseurs, die echter nog altijd geen inspectierol kregen. En qua centrale toetsen konden voortaan via steekproef peilingsproeven worden uitgevoerd als barometer voor de haalbaarheid van het werken met het nieuwe curriculum.
Maar de architectuur van het onderwijs werd niet veranderd: gelijkheid, gelijkwaardigheid, vertrouwen in leraren, nadruk op eigen toetsing en brede vorming in pedagogische zin. Zo bleef de boodschap hangen dat leerprestaties niet zomaar internationaal te vergelijke zijn. Elk onderwijssysteem weerspiegelt de cultuur en de geschiedenis van een land. De typerende elementen van het Finse onderwijs zijn aldus Sahlberg: “a quiet but decisive departure from the market-based accountability-driven assumptions of de Global Education Reform Movement” (2026, p. 11).
En zo wordt wonderland Finland opnieuw zichzelf in een verbeterde versie. Een land dat 336.000 km2 groot is, dunbevolkt met een gemiddelde van 16 inwoners per km2, 70 % van de oppervlakte in bos en 30 % in water. Het heeft lange, koude en donkere winters. Met slechts enkele grote steden: Helsinki, Tampere en Turku en grote dunbevolkte gemeenten, verdeeld in 19 regio’s. Ziedaar een aardrijkskundig concreet argument om rangschikking van prestaties internationaal op zijn minst te relativeren. Misschien aardig om weten: het World Happiness Report zet Finland aan de top als het gelukkigste land in de wereld. Overigens zegt Sahlberg in zijn internationale contacten: “Don’t try these at home. Or in other words: what works in Finland, may not work elsewhere”. Om wat cynisch te eindigen: pelgrims moeten nu maar een ander land gaan zoeken. Ze kunnen zich wenden tot PISA voor advies na een zoveelste ranking.
Gelezen
Reacties worden per mail rechtstreeks aangeboden aan de auteur.
DNMonline: